Archief van
Tag: Maarten Labooy

Clusterbommen brengen geen vrede

Clusterbommen brengen geen vrede

Triomfantelijk. Zo klonk het nieuws over het beleg van Mosul op de Nederlandse televisie. Het goede nieuws (εὐαγγέλιον) over de laatste strijd in Irak tegen onze collectieve vijand; een vijand die een vijand is voor Oost en West, voor moslims en voor de wereld van NAVO en EU, Oval Office en het Kremlin. Verenigd onder het adagium dat een gemeenschappelijke vijand tijdelijk verbroedert. Het laatste offensief bij Mosul, dat IS zal verdrijven uit een verscheurd land.

Ik woon in een land dat gelooft in oorlog als middel om een doel te bereiken. Oh zeker; het doel van onze westerse staten lijkt me zuiver: het opbouwen van een vrij en veilig land waar haar burgers in vrede kunnen leven: een land van vrede waar geen mens meer zal weten wat oorlog is. En dat doel, dat heilige doel van een vreedzame samenleving, dat heiligt het middel van moord door bombardementen want we zullen iets moeten doen om IS te bestrijden. Want IS verstaat, zo denken wij vermoedelijk terecht, enkel de taal van geweld. We zullen, zo zegt men, toch iets moeten doen.

De theoloogAfbeeldingsresultaat voor bonhoeffer Bonhoeffer begint zijn Aanzetten tot een Ethiek[1] met een erg abstracte vraag, een vraag die mij in dit huidig oorlogsdebat zo relevant lijkt: mit welcher Wirklichkeit soll ich rechnen? Met welke realiteit, met welke mind-set voor ogen, benader ik dit oorlogsvraagstuk? Ik vind dat het huidig debat te vaak is gaan rekenen met de mind-set van de oorlogsgod. In deze ‘werkelijkheid van Mars’ is oorlog een bloederig maar legitiem middel om de chaos en de ellende van een verscheurd land teniet te doen. En het klopt, geweld heeft tot goede dingen geleid getuige de instorting van het Nazisme in de vorige eeuw. Toch vind ik het kortzichtig en eenzijdig, dit men enkel lijkt te rekenen met de mind-set van de oorlogsgod die uitgaat van het principe dat je je naaste moet liefhebben en je vijand moet haten. Wapens kunnen mensen doden, maar doden nooit de haat en armoede die hen bewoog de wapens op te nemen. Oorlog brengt geen vrede.

Lang geleden was ik in een klein, onbeduidend kerkje waar een zeer oud mannetje een kaars moest aansteken; zo’n mannetje dat ‘de oorlog’ nog had meegemaakt. Het was rond dodenherdenking. Hij was emotioneel en prevelde de paar kerkgangers toe dat ‘Vrede niet de afwezigheid van oorlog is, maar de aanwezigheid van God’. Dit oude lid van de kerkenraad rekende met een andere werkelijkheid voor ogen, een die onderkent dat een land met karpetbommen nooit wordt opgebouwd. Irak heeft een geest van genade, vergeving en verzoening nodig en alleen die mind-set zal een verschil maken: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen. En anders dan clusterbommen, die letterlijk en figuurlijk een top-down policy zijn, is deze mentaliteitsverandering – Spinoza sprak over een gemoedstoestand – een beweging van gewone mensen in kerk en moskee. De vrede is aan hen.

En wij; hier in de rivierdelta van Europa? De verscheurde landen rondom Europa heen hebben een geest van verzoening nodig die wij hen niet kunnen geven. Wat wel mogelijk is is eerlijke handel, (nood)steun en een veilig heenkomen bieden aan hen die kloppen op onze poort. En stop met het geloof in de oorlogsgod, creëer in plaats daarvan een samenleving en buitenlands beleid die moeilijk te haten is omdat het uitdraagt dat juist je vijand je liefde het meest nodig heeft. Ubi Caritas et Amor, Deus ibi est.

 

 

Maarten, oktober 2016

 

 

 

[1] Het feit dat dit boek een ‘Aanzet tot een Ethiek’ gebleven is heeft al alles met oorlogsgeweld te maken. Bonhoeffer vond vroegtijdig zijn einde in concentratiekamp Flossenburg, april 1945.

Salaam Aleikum: het tekenlokaal.

Salaam Aleikum: het tekenlokaal.

Ik heb het druk op mijn baan op een school met vluchtelingen. Druk met vragen en vingers, ruzies en duizend momentjes van onbegrip in een klas vol Syriërs die zich verwonderen over Nederlandse grammatica, Hollandse omgangsvormen, rapporten en een overdaad aan juffen van de plaatselijke PABO. Ze krijgen zelfs tekenen, om onze toch-wel-wat-bijzondere school op een echte school te laten lijken. Nietsvermoedend stapte ik dat tekenlokaal binnen, ik verwachtte dat tekenende beeld te zien van zo’n ijzeren kwasten-wasbak, een droogrek voor middelmatige verfsels, een kast met verf en een juf onder diezelfde verf. Dat was er allemaal, een compleet plaatje, maar tussen al dat gewoons vond ik een tekening. Een tekening van Wahid, een jongen die ik verder ook niet ken: een duif, zijn naam en het woord vrede.IMG_1608

Die tekening was voor mij een kleine preek in een plaatje en twee woorden. Ik stond even stil, maakte een foto… Wahid komt uit een oorlogsland en kreeg bij tekenen de opdracht de vrede te tekenen. Hij tekende toen geen zaal vol corrupte politici, geen blauwhelmen of akkoord dat het vuur staakt. Hij tekende een duif, symbool van de Geest van vrede en daarmee laat hij zien dat vrede niet aan te tekentafel, maar in het hart gebeurt. Op lokaal niveau, net als lang geleden in een huis waar een paar leerlingen dachten dat het anders kon, dat het anders moest; dat de vrede niet komt door het luik van een bommenwerper, maar door geloof, hoop en liefde. Deze Syrische jongen weet dat en ziet de vrede als een duif. Zo ook wij.

– Geschreven door Maarten Labooy