Boekrecensie: Als de dood – Trage vragen in het euthanasiedebat

Boekrecensie: Als de dood – Trage vragen in het euthanasiedebat

Vorig jaa9200000046267523r sprak Annemarieke van der Woude op het symposium: ‘Het is mooi geweest’ – Over de goede dood en het goede leven’. Nu is er het boek Als de dood. Trage vragen in het euthansasiedebat waarin ze een verdere uitwerking geeft van haar presentatie op het symposium.

Vaak verzandt het debat over euthanasie in een kakafonie van stemmen waarbij de autonomie van de mens en het recht op zelfbeschikking worden aangehaald in een pleidooi voor het recht op euthansie. Met haar boek probeert van der Woude een genuanceerde tegenstem te geven door de complexiteit van het euthansie-vraagstuk aan het licht te brngen. Dit doet ze mede door haar onderzoek te verweven met haar eigen ervaring en de stemmen van mensen die wellicht niet gehoord worden in het debat de revue te laten passeren.

Terecht geeft van der Woude een stem aan nabestaanden en mensen die niet meer mondig genoeg zijn om hun eigen belangen te verdedigen. In haar boek toont ze dat wij door en door afhankelijk zijn van elkaar. Ze heeft oog voor het relationele aspect dat in de juridische terminologie rondom euthanasie veelal ontbreekt. De zelfgekozen dood laat voor nabestaanden diepe sporen na die niet uitgewist kunnen worden.

In haar boek wijst ze onder andere op de moeilijkheid om ‘ondraaglijk lijden’ te beoordelen bij een euthansieverzoek op basis van de wet. Sinds 2002, het ingaan van de wettekst, is er veel veranderd in Nederland en is de betekenis van ondraaglijk lijden verruimd. Een opvallend voorbeeld dat van der Woude aanhaalt, maar verder niet uitwerkt, is het sterven van een man in 2012 door euthansie bij de Levenseindekliniek. Het gaat hier om een man die “ondraaglijk leed onder de gedachte dat zijn pensioen aanstaande was en dat hij geen waardevolle invulling meer zou kunnen geven aan zijn bestaan (p. 84)”. Hoe beoordeel je ondraaglijk lijden in zo’n geval? En kunnen we in plaats van stervenshulp ook levenshulp aanbieden, is een terechte vraag die ze later in het boek stelt.

Wat mij betreft is het sterkste hoofdstuk het hoofdstuk waar ze dicht bij haar eigen ervaring als predikant-geestelijk verzorgster blijft. Ze schrijft over het binnen gaan van de belevingswereld van een dementerende waardoor je als lezer ook uitgenodigd wordt om je eigen mens- en wereldbeeld onder de loep te nemen. Achter de angst voor ‘het monster’ dementie ligt een bepaald mensbeeld besloten. Op een beeldende manier beschrijft ze dat je een dementerende in zijn/haar belevingswereld tegemoet kan treden om het masker (persona) van de dementerende helpen te dragen, bijgestaan door professionals.

Toch had van der Woude ook een aantal zaken beter kunnen uitwerken. De trage vragen die van der Woude aan het einde van elk hoofdstuk stelt zijn veelal retorisch van aard, en zetten niet direct aan tot verdere reflectie. Ook geeft ze vele rijke casussen, die ze maar mondjesmaat uitwerkt.

Daarnaast heeft het boek een wat rommelige opbouw en mag de inleiding wat uitgebreider om de leesbaarheid van het boek te vergroten. Het is duidelijk waarom ze pleit voor een nieuwe benadering van ‘terminaal ziek’en ‘niet-terminaal ziek’ (met het oog op de impact van het overlijden van een persoon bij de nabestaanden), maar haar uitwerking mist een solide argumentatie en opbouw.

De vrijheid van de een kan botsen met de vrijheid van de ander. In onze kwetsbaarheid en afhankelijkheid die gepaard gaat met onze vrijheid kunnen wij elkaar ook bijstaan, lijkt van der Woude te willen zeggen. Wat betekent het dan om in die context te kiezen voor de dood; het definitieve afsnijden van verbondenheid met anderen? Wat betekent het om te kiezen voor het leven bij mensen die niet-terminaal ziek zijn, en hoe kun je hierbij adequate hulp aanbieden? Wat maakt dat een leven waard is om om geleefd te worden? Het onderwerp is te belangrijk om niet in over in gesprek te gaan, en hiervoor vormt het boek een aanzet. Toch slaagt van der Woude er niet helemaal in om de noodzaak van dit gesprek aan te tonen, en dat is spijtig.

– Rachelle van Andel

 

 

Van der Woude, Annemarieke. Als de dood: Trage vragen in het euthanasiedebat. Zoetermeer: Boekencentrum, 2015. 176 pagina’s. €16,50

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *