Boekrecensie: Theology for International Law

Boekrecensie: Theology for International Law

V9780567400659an 2007 tot 2010 was er bij het Center for Theological Inquiry te Princeton een onderzoeksproject lopende over theologie en internationaal recht. Esther Reed heeft op basis van de resultaten daarvan de thematiek verder doordacht en publiceerde recent dit helder geschreven boek. De aanleiding voor zowel het project als het boek ziet zij in de ‘crisis of international law’, wat voor haar inhoudt dat wereldmachten steeds vaker unilateraal het internationaal recht interpreteren en oprekken. Dat is maar moeizaam te verhelpen daar internationale wetgeving niet dwingend is in de enge zin van het woord. Reed is ervan overtuigd dat de wereldreligies een verantwoordelijkheid hebben om een bijdrage te leveren aan het zoeken naar oplossingen voor die crisis. Hierin wordt duidelijk wie ze als haar publiek ziet: christenen die ofwel denken over internationaal recht en internationale betrekkingen ofwel actief zijn in de beleidsmatige, politieke en/of juridische praktijk van de overheid, advocatenkantoren of NGO’s. De keuze voor een publiek is een van de belangrijkste keuzes die een auteur moet maken, en in dit geval leidt dat ertoe dat het boek een aantal zeer opvallende sterke en zwakke kanten heeft. Twee daarvan, een sterk punt en een zwak punt, wil ik hier kort bespreken om een beeld te geven van de inhoud van het boek.

Op Bijbelse gronden betoogt Reed dat het streven naar gerechtigheid, mogelijk via het internationale recht, een belangrijk onderdeel van het christelijk geloof is. Daarbij houdt ze altijd een slag om de arm: enkel Gods reddende recht is werkelijk zaligmakend. Vervolgens gaat ze verder en merkt haar benadering aan als ‘protestants thomistisch’, wat ze afleidt uit de belangrijke rollen voor Karl Barth en Thomas van Aquino in haar werk. Met de eerste denkt ze genuanceerd en constructief over het bestaan van volkeren. Ze wijst op passages uit de Schrift waaruit blijkt dat niet enkel het individu maar ook volkeren als geheel in het eschaton verantwoordelijk worden gehouden. Door deze nadruk op de plek van volken in de eschatologie kan zij met recht spreken over inter-nationaal recht. De volken moeten dit recht onderling vormgeven, en de onderbouwing daarvoor treft Reed bij Thomas van Aquino. Het bonum commune is altijd van hogere orde dan het goed van een enkeling omdat het de relationele eenheid in God meer benadert. Reed stelt daarom dat gerechtigheid bewerkt door het inter-nationaal recht meer rechtdoet aan dat Thomistisch begrip van het gemeenschappelijk goed dan wanneer rechtvaardigheid enkel op nationaal niveau wordt vormgegeven.

Met dit nadrukkelijk redeneren in de lijn van Barthiaanse en Thomistische theologie biedt Reed de bij de thematiek betrokken christen de theologische bagage om christelijk over internationaal recht te kunnen spreken. Hier ligt zowel de kracht als de zwakte van Reeds boek. Want het valt te prijzen dat ze hiermee recht doet aan de christen actief in de internationale politiek, maar juist door die focus wordt haar boek onbegrijpelijk voor niet-christenen in de discipline. Nu is dat op zich geen probleem, maar juist het internationaal recht heeft een geschiedenis waarin de theologie een belangrijke rol speelt. Dit aspect laat Reed volledig onbesproken. Ook vandaag zijn er nog veel internationaal juristen en rechtsfilosofen die nadrukkelijk de taal van de theologie willen spreken, omdat zij in lijn van Carl Schmitt stellen dat de belangrijkste concepten uit het internationale recht en het staatsrecht geseculariseerde theologische concepten zijn. Dat veronderstelt wel een andere beweging dan de beweging die Reed maakt, namelijk door eerst over een begrip als soevereiniteit te denken in uitsluitend theologische termen en dat vervolgens te seculariseren voor toepassing in het recht. Wat Reed doet is feitelijk het tegenovergestelde: zij denkt theologisch na over juridische vraagstukken, en daarmee wordt haar denken afhankelijk van het hedendaagse fenomeen. Hierdoor zijn haar voorstellen altijd slechts ten dele seculier en ten dele theologisch, omdat zij niet ‘twee keer denkt’ (eerst theologisch en vervolgens seculier) maar altijd theologisch denkt over wat zij ziet in seculiere fenomenen. De vraag is of haar publiek, christenen actief in het internationaal recht, hiermee geholpen is.

Nu is mijn kritiek hier meer fundamenteel van aard, en niet over de uitwerking van haar gedachten an sich. De eerder geschetste kracht, dat Reed christenen actief in het internationaal recht feilloos weet aan te spreken, blijft staan. Dit boek is een waardevolle bijdrage aan de publieke en politieke theologie, alsmede een belangrijke bron voor de christenen die zich in de internationale politiek bewegen.

– Ruben van de Belt

 

Esther D. Reed. Theology for International Law. London: Bloomsbury, 2013. 350 pagina’s, £19,99.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *