Boekrecensie: Adam, Eva en de Duivel – Kanaänitische mythen en de Bijbel

Boekrecensie: Adam, Eva en de Duivel – Kanaänitische mythen en de Bijbel

De Bijbelse verhalen 9200000058314756over de schepping en oergeschiedenis van de wereld zijn niet uit de lucht komen vallen, maar vinden hun oorsprong in Kanaänitische mythen, die grotendeels gemeengoed waren in de wereld waarin de bijbelschrijvers leefden. Bijzonder invloedrijk is de Ugaritische Addamu-mythe geweest. Tot deze conclusie zijn Marjo Korpel en Johannes de Moor gekomen nadat ze twee in de Kanaänitische stad Ugarit gevonden kleitabletten bij elkaar gelegd hebben. Het verhaal dat hierdoor ontstond hebben ze vergeleken met de Bijbelse verhalen. Daarbij bleken er zowel opvallende parallellen als verschillen te zijn. Over dit onderzoek schreven de twee oudtestamentici het boek Adam, Eva en de Duivel. Dit is de Nederlandse vertaling en gepopulariseerde uitgave van hun Adam, Eve and the Devil (Korpel & De Moor, 2014; 2015). Het is een boek dat de wenkbrauwen nu eens doet optrekken en dan weer doet fronsen.

Om te beginnen is dit een buitengewoon goed te lezen boek. De opzet is overzichtelijk, helder en logisch. De schrijfstijl is over het algemeen plezierig (degenen die les hebben gehad van dr. Korpel zullen mogelijk haar droge humor herkennen) en zowel de afbeeldingen als de voetnoten zijn functioneel. Wel is duidelijk dat de schrijvers een vrij breed publiek voor ogen hadden, dus de echte theoloog kan zich soms wat betutteld voelen door de uitleg die voor haar of hem niet per se nodig was. Dit geeft echter alleen maar aan dat Korpel en De Moor goed onthouden hebben voor wie ze schreven en zich daar ook aan konden aanpassen. Dat kan lang niet van alle academici gezegd worden en is dus een compliment waard. Als goede docenten geloven Korpel en De Moor ook in de kracht van herhaling; dit houdt de lezer bij de les, maar kan op den duur ook wat gaan irriteren. Misschien is dat vooral een kwestie van smaak

Inhoudelijk dan. Op dat gebied heeft het onderzoek van Korpel en De Moor al veel lof geoogst en niet zonder reden. Op een buitengewoon nauwkeurige manier trekken de auteurs een raamwerk op waarbinnen verschillende puzzelstukjes – de bekende scheppingsverhalen, maar ook andere, soms lastige, passages uit het Oude en Nieuwe Testament en de parabijbelse literatuur – een plek krijgen en een passend geheel lijken te vormen. Het geheel zorgt voor veel nieuwe inzichten. Het mag dan ook geen twijfel lijden dat de theorie van Korpel en De Moor in te toekomst een belangrijke rol zal spelen bij verder onderzoek van die passages.

Het grote gevaar van een raamwerk is natuurlijk dat je wilt dat alles erbinnen past. Ook Korpel en De Moor lijken zich niet helemaal aan dit gevaar te kunnen onttrekken. Ieder element uit besproken de (para)bijbelse literatuur lijkt wel een verbinding te moeten hebben met de Adammu-mythe. Het gevolg is dat er soms een beetje op los geassocieerd lijkt te worden. Nu is dat nog tot daaraan toe, maar dit gebeurt vaak met een stelligheid die niet helemaal op zijn plaats lijkt – zeker niet als je alle ‘mitsen’ en ‘maren’ meeneemt, waar de auteurs het boek zowel mee beginnen als eindigen.

Al met al is het zeker de moeite waard om Adam, Eva en de Duivel te lezen, want ondanks een enkele kanttekening snijdt de theorie van Korpel en De Moor zeker hout. Voor een casual read heb je genoeg aan de Nederlandse uitgave, maar voor academische doeleinden is het beter om de Engelse (wetenschappelijke) uitgave te gebruiken. Het is goed om met een kritische houding te lezen, maar dat mag überhaupt van studenten verwacht worden…

– Joren IJzerman

 

 

Marjo Korpel & Johannes de Moor. Adam, Eva en de Duivel – Kanaänitische mythen en de Bijbel Vught, Skandalon, 2016. 336 pagina’s. € 29,95.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *