Archief van
Categorie: Blogs

Grote God, Lieve Vader

Grote God, Lieve Vader

Het dilemma van God. Naarmate mijn studie theologie vordert, merk ik dat ik hier steeds weer tegenaanloop. God is heilig, maar aan de andere kant ook persoonlijk. Hij is hoogverheven boven alle schepselen, maar tegelijkertijd wil Hij ons hart als Zijn woning. Hij is Koning, maar ook Vader, en bovendien ook nog de Zoon. ‘Hoe dan?’ Denk ik vaak bij mezelf en ik worstel met vragen over hoe ik God zou moeten benaderen.

Laatst bezocht ik voor een vak een synagoge en een moskee. Wat me vooral is bijgebleven, is hoe deze Imam en Rabbijn over God spraken. Namelijk als een groot mysterie. Hij (eigenlijk is dit al een verkeerd woord; God heeft geen geslacht) is hoog verheven en in nevelen gehuld. Echt kennen kun je Hem dan ook niet. Het belangrijkste in het geloof zijn daarom de geboden en rituelen, want daar is men in ieder geval zeker van. De Rabbijn durfde het zelfs een vorm van agnosticisme te noemen. Men weet het eigenlijk niet.

In het Christendom is Jezus als beeld van God naar de aarde gekomen. Daardoor is God voor ons, in tegenstelling tot de Joden en Moslims, kenbaar geworden. De afstand van mensen tot God, die ik in de moskee en sjoel ervaarde, is door Jezus Christus weggenomen. God kan met zijn Heilige Geest in ons komen wonen. Dat onthult een deel van het mysterie van God. Maar niet alles! In Jezus zien we nog steeds hetzelfde schijnbare dilemma. Enerzijds is Jezus een baby, een dienstknecht, een lam. Anderzijds is Jezus Messias en Koning, de leeuw van Juda. Ik voel bij mezelf een zeker spanningsveld, want ik vind het lastig om deze twee haast uiterste kanten van God te combineren. En ik merk bovendien dat ik niet de enige ben.

Veel verschillen tussen kerken zijn denk ik gebaseerd op het beeld dat men van God heeft. Hoe men de verhouding ziet tussen enerzijds de heiligheid en anderzijds de nabijheid van God. En we sluiten ons aan bij een gemeente die het beeld dat wij van God hebben, met ons deelt. Zo hebben we voor onszelf vastgesteld hoe God is en hoeven we niet al te veel meer na te denken over het mysterieuze en onduidelijke rondom Hem.

Maar maken we hiermee God niet veel kleiner dan Hij is? Laten we God nog wel God op deze manier? We stoppen Hem in een hokje, zodat we Hem kunnen bevatten. Of dat nu een hokje van vooral heiligheid of vooral nabijheid is, dat maakt niet uit. Het probleem is denk ik dat we het willen bevatten. We willen begrijpen wie God in zichzelf is, terwijl we alleen kunnen weten wat God over zichzelf heeft geopenbaard. En dat is dat Hij heilig is én nabij, koning én dienstknecht, lam én leeuw.

Afbeeldingsresultaat voor gungorLaatst zat ik op mijn kamer naar het album Beautiful Things van de band Gungor te luisteren, toen het nummer Cannot Keep You voorbij kwam. Dit nummer (dat gebaseerd is op psalm 113) vat in een aantal regels zó goed samen wat ik hier probeer te zeggen, dat ik er stil van werd. Het antwoord van deze schrijver op de veelzijdigheid van God was geen hokjes denken. Hij probeerde God niet uit alle macht te begrijpen. Nee, in plaats daarvan verwondert hij zich en noemt hij het zelfs een aansporing om God te loven!

Verwondering, dat kunnen we denk ik nog wat meer gebruiken. Wat vaker toegeven dat we het ook gewoon niet altijd weten, als het op God aankomt. Net als de Joden en de Moslims. Ik zou zeggen: luister het nummer, lees de psalm, met aandacht, en verwonder je over de Grote God die wij mogen kennen.

 

P.S.: Het hele album van Gungor is eigenlijk een aanrader. Unieke combinatie van enorme muzikaliteit en sterke teksten! Luisteren!

– Iris Verbeek, oktober 2016

Clusterbommen brengen geen vrede

Clusterbommen brengen geen vrede

Triomfantelijk. Zo klonk het nieuws over het beleg van Mosul op de Nederlandse televisie. Het goede nieuws (εὐαγγέλιον) over de laatste strijd in Irak tegen onze collectieve vijand; een vijand die een vijand is voor Oost en West, voor moslims en voor de wereld van NAVO en EU, Oval Office en het Kremlin. Verenigd onder het adagium dat een gemeenschappelijke vijand tijdelijk verbroedert. Het laatste offensief bij Mosul, dat IS zal verdrijven uit een verscheurd land.

Ik woon in een land dat gelooft in oorlog als middel om een doel te bereiken. Oh zeker; het doel van onze westerse staten lijkt me zuiver: het opbouwen van een vrij en veilig land waar haar burgers in vrede kunnen leven: een land van vrede waar geen mens meer zal weten wat oorlog is. En dat doel, dat heilige doel van een vreedzame samenleving, dat heiligt het middel van moord door bombardementen want we zullen iets moeten doen om IS te bestrijden. Want IS verstaat, zo denken wij vermoedelijk terecht, enkel de taal van geweld. We zullen, zo zegt men, toch iets moeten doen.

De theoloogAfbeeldingsresultaat voor bonhoeffer Bonhoeffer begint zijn Aanzetten tot een Ethiek[1] met een erg abstracte vraag, een vraag die mij in dit huidig oorlogsdebat zo relevant lijkt: mit welcher Wirklichkeit soll ich rechnen? Met welke realiteit, met welke mind-set voor ogen, benader ik dit oorlogsvraagstuk? Ik vind dat het huidig debat te vaak is gaan rekenen met de mind-set van de oorlogsgod. In deze ‘werkelijkheid van Mars’ is oorlog een bloederig maar legitiem middel om de chaos en de ellende van een verscheurd land teniet te doen. En het klopt, geweld heeft tot goede dingen geleid getuige de instorting van het Nazisme in de vorige eeuw. Toch vind ik het kortzichtig en eenzijdig, dit men enkel lijkt te rekenen met de mind-set van de oorlogsgod die uitgaat van het principe dat je je naaste moet liefhebben en je vijand moet haten. Wapens kunnen mensen doden, maar doden nooit de haat en armoede die hen bewoog de wapens op te nemen. Oorlog brengt geen vrede.

Lang geleden was ik in een klein, onbeduidend kerkje waar een zeer oud mannetje een kaars moest aansteken; zo’n mannetje dat ‘de oorlog’ nog had meegemaakt. Het was rond dodenherdenking. Hij was emotioneel en prevelde de paar kerkgangers toe dat ‘Vrede niet de afwezigheid van oorlog is, maar de aanwezigheid van God’. Dit oude lid van de kerkenraad rekende met een andere werkelijkheid voor ogen, een die onderkent dat een land met karpetbommen nooit wordt opgebouwd. Irak heeft een geest van genade, vergeving en verzoening nodig en alleen die mind-set zal een verschil maken: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen. En anders dan clusterbommen, die letterlijk en figuurlijk een top-down policy zijn, is deze mentaliteitsverandering – Spinoza sprak over een gemoedstoestand – een beweging van gewone mensen in kerk en moskee. De vrede is aan hen.

En wij; hier in de rivierdelta van Europa? De verscheurde landen rondom Europa heen hebben een geest van verzoening nodig die wij hen niet kunnen geven. Wat wel mogelijk is is eerlijke handel, (nood)steun en een veilig heenkomen bieden aan hen die kloppen op onze poort. En stop met het geloof in de oorlogsgod, creëer in plaats daarvan een samenleving en buitenlands beleid die moeilijk te haten is omdat het uitdraagt dat juist je vijand je liefde het meest nodig heeft. Ubi Caritas et Amor, Deus ibi est.

 

 

Maarten, oktober 2016

 

 

 

[1] Het feit dat dit boek een ‘Aanzet tot een Ethiek’ gebleven is heeft al alles met oorlogsgeweld te maken. Bonhoeffer vond vroegtijdig zijn einde in concentratiekamp Flossenburg, april 1945.

Column opening academisch jaar PthU

Column opening academisch jaar PthU

Good morning everybody. I have been asked to write a column for you, and I’ve done so. The task ahead of me was quite difficult since the topic of this column is about the seemingly never ending decrease of Christianity in our country. The ‘Evangelische Omroep’ used the headline: “The Netherland have lost God” to announce the results of the report ‘God in Nederland’, which is carried out every ten years. For the first time, there are more unbelievers than believers in our country. That is, when we count all of those who call themselves spiritual with the believers as well. A majority of Dutch people think that religion should have no place in politics at all. However shocking this all may be, there are also other developments. In Amsterdam, Rotterdam and other cities, migrant churches are booming. And although less young people attend church services and other activities, they do tend to embrace orthodoxy, even more often than their parents. In other words, they want a ‘real faith’. Our youth does want to attend Bible lessons etc. if they truly learn something. I’ve had some experience in youth work now, and I’ve observed that the more profound Bible studies become, the more youth will attend and actively participate. They still can be triggered (in the positive sense of the word). And therefore we need to do everything we can to pass the Word of God on to the next generation. We shouldn’t be hiding in caves. And did Jesus not say that He would not come back before the whole world would have heard of Him (Matthew 24:14)? We as Christians get more work to do every day!

Sadly, it seems that the church slowly but steadily loses the radicalism of its original message, namely the message of faith and repentance in Jesus Christ, the Son of God. We may have more work to do, but we must make sure that we clearly have the goal in mind. No work is done without bearing in mind the ultimate goal. When we try to share the Gospel, we should do so with the ultimate goal that people believe in Jesus and repent. Only when we keep in mind that the Gospel is the message of salvation for whoever believes in Christ, we make a slight chance to turn the tide. Why do I say slight? Because the Bible tells us that there will be a Great Apostasy in the last days before Jesus comes. We may very well live in those days; we do not know.

Of course, I do not want to end on this sad note. I hope that we all have a good year, but may this message sharpen us.

Elis de Waard, held at the opening of the academic year of the PthU, Amsterdam. 

 

Jezus was een mens

Jezus was een mens

De meeste films kijk ik één of twee keer, hooguit drie keer. Ik zie ze in de bioscoop en kijk ze later nog eens terug. Andere vind ik zo leuk dat ik ze aanschaf en ze eens in de zoveel tijd weer eens tevoorschijn haal. Maar er zijn er maar een paar die me zo aanspreken, dat ik ze kan blijven kijken. Al na de eerste keer dat ik ze zie, ben ik verkocht. Ze zetten me aan het denken, maken me aan het lachen, ontroeren of fascineren me. Kortom, ze doen iets met me. Ze raken me.

As-it-is-in-Heaven-banner1

Eén van die films is voor mij ‘As it is in Heaven’. Een Zweedse film uit 2004, geregisseerd door Kay Pollak (als je hem nog niet gezien hebt, kijken!). Het verhaal draait om een beroemde dirigent, Daniel Daréus. Na een hartaanval moet hij rustiger aan doen en besluit hij om terug te gaan naar het dorpje van zijn jeugd. Het is een klein afgelegen plaatsje, waar dezelfde mensen al jaren wonen en iedereen elkaar kent. Daar wil hij aanvankelijk alleen maar ‘luisteren’, maar al snel kan hij het niet laten om het plaatselijke kerkkoortje te dirigeren. Als buitenstaander heeft hij vreemde manieren om het koortje nieuw leven in te blazen. De meeste mensen kunnen dit waarderen. Ze leven er van op en voelen zich na lange tijd weer gelukkig. Maar niet iedereen is blij met wat Daniel teweeg brengt. Voor hen veroorzaakt hij alleen maar onrust en door hem dreigen de kerkleden het gezag van de kerk te ondermijnen.

Door de hele film heen worden er allerlei motieven gegeven, die een parallel lijken te trekken met een ander verhaal. Hoe vaker ik de film keek, hoe meer ik ze ging ontdekken. In de film lijkt de dirigent vergeleken te worden met de persoon van Jezus. Daniel komt van buiten af (met kerst!) in het dorpje, dat een wereldje op zich is. Verschillende mensen, persoonlijkheden, verhalen. Er is blijdschap, maar ook veel boosheid en verdriet. Daniel ziet ieder persoon als een individu en probeert het mooiste in diegene naar boven te halen (door middel van muziek). Hij bekritiseert de huidige geestelijkheid, komt op voor het recht en veroordeelt de ‘hoer’ van het dorp niet, maar houdt van haar (ze heet bovendien Lena, wat lijkt te komen van Magdalena). Wanneer hij tenslotte in elkaar geslagen wordt en bewusteloos raakt, wordt hij door drie vrouwen in een wit doek zijn huis binnengesleept en verzorgd.

Dit zijn zomaar een aantal motieven die me opvielen. Lang niet alles in het personage van de dirigent komt overeen met de Jezus die we kennen uit de Bijbel. Toch zullen de makers van de film deze vergelijking niet voor niets hebben gemaakt. Het heeft me aan het denken gezet over de persoon van Jezus.

Wat ik bijvoorbeeld mooi vind, is dat de menselijkheid van Jezus hier benadrukt wordt. Jezus was tenslotte helemaal God, maar ook helemaal mens. Aan zijn menselijke eigenschappen wordt misschien wel eens te weinig aandacht geschonken. In de film schiet Daniel uit zijn slof als de koorleden geen concentratie kunnen opbrengen voor wat belangrijk is (vergelijk Joh. 2:15), hij is blij als er feest gevierd wordt (Joh. 2) en wanneer de koorleden in de praktijk brengen wat hij hen heeft geleerd (Luk. 10:21), onrecht doet hem verdriet, bijvoorbeeld wanneer een vrouw door haar man mishandeld wordt (Joh 11:35, Luk. 19:41) en Daniel is bang voor de dood, die onvermijdelijk komt (Matt. 26:36-39). In films kun je je inleven in de hoofdpersoon en je met hem identificeren. Daarom kan de menselijke kant van Jezus hier zo dichtbij komen. Het wordt concreet gemaakt en vergelijkbaar met je persoonlijke leven. Je kunt je hierdoor ineens beseffen dat Jezus, net als jij, mens is geweest. Dat hij ten diepste heeft gevoeld wat jij ook voelt en dat hij je dus begrijpt. Als je boos bent of ontzettend gefrustreerd. Eenzaam, teleurgesteld of angstig. Maar juist ook als je enthousiast bent over iets, ergens passie voor hebt. Of als je niet meer bijkomt van het lachen en de tranen over je wangen rollen.

Film is een perfect medium om zo’n boodschap over te brengen. En om die boodschap te ontdekken moet je met een andere bril naar een film gaan kijken. Probeer eens te ontdekken wat de makers door middel van het verhaal zouden kunnen zeggen en verbaas je over wat er allemaal in een film verstopt kan zitten.

– Iris Veerbeek, juni 2016

Salaam Aleikum: het tekenlokaal.

Salaam Aleikum: het tekenlokaal.

Ik heb het druk op mijn baan op een school met vluchtelingen. Druk met vragen en vingers, ruzies en duizend momentjes van onbegrip in een klas vol Syriërs die zich verwonderen over Nederlandse grammatica, Hollandse omgangsvormen, rapporten en een overdaad aan juffen van de plaatselijke PABO. Ze krijgen zelfs tekenen, om onze toch-wel-wat-bijzondere school op een echte school te laten lijken. Nietsvermoedend stapte ik dat tekenlokaal binnen, ik verwachtte dat tekenende beeld te zien van zo’n ijzeren kwasten-wasbak, een droogrek voor middelmatige verfsels, een kast met verf en een juf onder diezelfde verf. Dat was er allemaal, een compleet plaatje, maar tussen al dat gewoons vond ik een tekening. Een tekening van Wahid, een jongen die ik verder ook niet ken: een duif, zijn naam en het woord vrede.IMG_1608

Die tekening was voor mij een kleine preek in een plaatje en twee woorden. Ik stond even stil, maakte een foto… Wahid komt uit een oorlogsland en kreeg bij tekenen de opdracht de vrede te tekenen. Hij tekende toen geen zaal vol corrupte politici, geen blauwhelmen of akkoord dat het vuur staakt. Hij tekende een duif, symbool van de Geest van vrede en daarmee laat hij zien dat vrede niet aan te tekentafel, maar in het hart gebeurt. Op lokaal niveau, net als lang geleden in een huis waar een paar leerlingen dachten dat het anders kon, dat het anders moest; dat de vrede niet komt door het luik van een bommenwerper, maar door geloof, hoop en liefde. Deze Syrische jongen weet dat en ziet de vrede als een duif. Zo ook wij.

– Geschreven door Maarten Labooy

Ik weet het niet.

Ik weet het niet.

‘Hoe meer ik weet, hoe meer ik besef krijg van wat ik allemaal niet weet,’ aldus Socrates. Truer words have never been spoken. Ik word opgeleid als theoloog. Ik heb kennis genomen van de theologie van Johannes Calvijn; ben geïntroduceerd in de gedachtespinsels van Karl Barth; Kornelis Heiko Miskotte is voor mij geen onbekende meer. Maar wat kan theologie soms hopeloos te kort schieten! Wat leuk klinkt in een academisch paper, verliest zijn waarde wanneer je de discussie aangaat met iemand die van dat hele christendom niets gelooft. Evenmin is het toereikend in die geweldige momenten dat je God tot in het diepst van je wezen kunt ervaren. Slechts ergens tussen die twee uitersten – tussen de plaats waar God geen enkele rol speelt en de plaats waar hij zelf de regisseur is – daar heb je iets aan je bouwwerken van academische theologie. En laten het nou juist net die uitersten zijn, waar het er echt om gaat. Daar waar het zeker weten volledig tekort kan schieten, precies dáár spant het erom. Theoloog-zijn brengt een risico met zich mee. Het gevaar ligt op de loer dat je wel denkt te weten hoe het zit met God en geloof. Als je dat inderdaad denkt, als je zo ligt te zwegen in zelfgenoegzaamheid, ga dan alsjeblieft weer eens op zoek naar die uitersten. Want daar ben je dan blijkbaar al een hele tijd niet meer geweest.

barth-internet

Nee, dit is geen pleidooi voor een ‘go-with-the-flow-geloof of een godskennis die puur gebaseerd is op gevoel, intuïtie of dat wat zich van moment tot moment voordoet. Wat dit wel is, is een oproep om je eens kritisch te laten bevragen door de goddeloze en de goddelijke. Kritisch laten bevragen, dat is academisch verantwoord, toch? Maar heb dan ook het lef, het fatsoen en de eerlijkheid om gewoon eens toe te geven dat je het niet weet en dat al je theologische kennis je misschien wel meer in de weg zit, dan dat het je verder helpt. Is dat moeilijk? Ja. Zijn we dat gewend? Nee. Wij zijn de theologen. Niet alleen wij zelf, maar velen om ons heen verwachten van ons dat wij weten hoe het zit met God en geloof. Maar als we antwoorden gaan fabriceren, alleen maar omdat het van ons verwacht wordt en niet omdat we ook daadwerkelijk een antwoord hebben, wat is onze respons dan waard? Maar goed, dat neemt niet weg dat het moeilijk kan zijn om je onwetendheid toe te geven; je stelt je dan immers kwetsbaar op. En hoe mensen daarop zullen reageren? Geen idee.

– geschreven door Joren IJzerman.

Anne.

Anne.


Vorig jaar december vierden wij sinterklaas, maar niet met pakjes. Daar waren we inmiddels wel voorbij. Toch wilden we iets doen met elkaar en zo kwamen we op een regenachtige avond in het Theater Amsterdam terecht. Een prachtige plek met uitzicht over het IJ. Iedereen zag er op zijn of haar netst uit; we zouden er een mooie avond van maken. Gezellig (bij)pratend liepen we de zaal in. Mijn vader, zelf theatertechnicus, vergaapte zich aan de technische hoogstandjes: gigantische schermen, bewegend decor en een ronddraaiend podium. Het verhaal van Anne kenden we allemaal, ik ook, en we hadden onze verwachtingen. Ik wist wat er zou komen, maar toch liep het allemaal anders.

annefranktopp1600_I002455_-1

Zodra het stuk begon hing er een beklemmende sfeer, alsof je niet vrij-uit kon spreken. Op de schermen marcheerden tientallen metershoge nazi’s heen en weer. Het leek alsof de kleine Anne vertrapt werd door die gedaantes. Verpletterd onder de grotere machten die aan het werk waren. Een klein meisje, nog maar een tiener, moest het ontgelden. Vooral dat drong tot me door: Anne was nog maar een kind, een puber die met dezelfde vragen worstelde als pubers vandaag de dag. Maar zij kreeg de tijd en ruimte niet om antwoorden te vinden, om op te groeien zoals dat hoort. Enkel omdat zij een jood was. Voor het eerst werd ik echt boos over de Holocaust, echt boos! Het einde van de voorstelling deed daar een schepje bovenop. Je hoort Anne dromen over haar leven na de oorlog, maar dan helpt Otto Frank ons uit de droom: Anne droomt de droomt van iemand die sterft, verlaten en verslagen door Bergen Belsen. Ik schold en vloekte! Natuurlijk wist ik dat ze het niet zou overleven, maar het viel zo rauw op m’n dak! Behandeld als een beest, omdat ze uit het verkeerde land komt… Minutenlang kon ik niets uitbrengen. Het deed zeer. Nooit meer!

Post-Holocaust in collegezalen

In mijn opleiding tot theoloog kreeg ik ook college over theologie en filosofie na Auschwitz. Spreken en denken over God en het goede kan vandaag niet meer zonder de Holocaust mee te nemen. Vele Joden hebben hun geloof verloren in de kampen, of zijn ten minste veranderd in de wijze waarop ze geloven. Joodse denkers hebben heel verschillend gereageerd: ofwel ze probeerden de gebeurtenissen te duiden vanuit hun denkkader, ofwel ze zwoeren het geloof in de God van Israel af. Hoe belangrijk ook, onder mijn generatie studenten wordt de impact van de Holocaust minder vanzelfsprekend. In Tijdschrift voor Theologie merkt Dider Pollefeyt zelfs op dat studenten het belang van ‘theologie na Auschwitz’ betwijfelen. Iets vergelijkbaars ziet hij in de academie als geheel: waar er voorheen een aparte discipline ‘holocaust studies’ was worden die vandaag de dag steeds vaker ‘holocaust and genocide studies.’ Met het uitsterven van een generatie vergeten we de schok die Europa trof toen duidelijk werd wat er in de kampen van Nazi’s gebeurde. Mensen vervolgd tot de dood, vernederd en verminkt, om hun afkomst. Een zwarte tijd. Ondanks dat ik nog maar een twintiger ben, en voorheen niet veel meer van de tweede wereldoorlog wist dat wat ik zag in Call of Duty en op Discovery Channel, zijn het deze dingen die mij opnieuw raken. Post-Holocaust theologie was iets van de oudere generatie, maar door Anne is het ook iets van mij geworden. Dat toneelstuk heeft mij de ogen geopend en leren inzien dat de Holocaust ook vandaag de dag nog veel te zeggen heeft. Het werpt een licht op dingen die nu actueel zijn: op de situatie van de Yezidi’s in Syrië, maar ook van minderheden in ons eigen land.

Anne spoort mij aan op te komen voor kwetsbare groepen, om ‘vredestichter’ proberen te zijn en Jezus te volgen in zijn weg naar de marge. Naar de mensen die uitgekotst worden door de meerderheid. Anne spoort mij aan discipel te zijn, de weg te gaan die moeilijk is maar die wel naar het leven leidt. Een tiener, gevangen in een huis in Amsterdam, gevlucht om wie ze is. Zij toont mij het ware gezicht van de wereld. Zij toont mij wat het is om discipel te zijn.

– Ruben van de Belt, maart 2016.